2 september 2013

Jantje zag eens pruimen hangen,

O! als eieren zo groot.
't Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,
Schoon zijn vader 't hem verbood.
Hier is, zei hij, noch mijn vader,
Noch de tuinman, die het ziet:
Aan een boom, zo vol geladen,
Mist men vijf, zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
En niet plukken; ik loop heen.
Zou ik om een hand vol pruimen
Ongehoorzaam wezen? Neen !

 

Uit: het voor moderne maatstaven behoorlijk stichtelijke werk van Hieronymus van Alphen. Als klein meisje luisterde ik met bijna open mond naar dit, door mijn vader zeer beeldend en met grootse gebaren uit zijn hoofd voorgedragen, gedicht. Het is altijd blijven hangen en soms komt het bovendrijven. Afgelopen weekend bijvoorbeeld toen ik een zak vol verse pruimen in mijn handen kreeg en bedacht wat voor lekkers ik daarvan zou gaan maken.. Maar ook zaterdag, samen met zoontje Joep op de fiets naar boer Jurrius. De eerste verse appeloogst. Niet te geloven, bijna file waaraan ik zigzaggend erdoorheen zwieberend kon ontsnappen.  Ik stap van mijn fiets: alles uitverkocht. Maar 'hier is een tasje, ga ze zelf maar plukken als je wilt'. Dus wij stappen de boomgaard in om de eerste verse appels van het jaar zelf te plukken. Een succes, want het was reuze gezellig daar. Al die stadsmensen samen in de boomgaard. En Joeps eerste zelfgeplukte appeltje hield hij vol trots in de lucht: 'kijk mama!"  Joep mocht ze wel plukken...

 

Saskia